Cross-overs in de kunst: Johan Gelper

 

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of een bijzondere mix aan media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. De Belgische kunstenaar Johan Gelper zou in eerste instantie graficus worden, maar de kunst trok te zeer. Hij switchte op Sint Lucas Hogeschool naar een opleiding schilderen en tekenen en stapte na een paar jaar over naar een vervolgopleiding Mixed Media aan het KASK in Gent. Nu werkt hij grotendeels driedimensionaal. Zijn fantasievolle assemblages en collages zijn van een ongekende schoonheid en verwijzen - ook al zijn ze abstract van vorm - vaak naar de natuur. 

Door Etienne Boileau

In een loods in Gent heeft Johan Gelper zijn atelier; daar spreken we elkaar. Overal om ons heen staan of hangen ‘objects trouvés’, die hij naar hartenlust gebruikt in zijn vrolijke installaties en assemblages. Daarin tref je bloem- en kelkvormen en af en toe een takje aan. Ook zie je soms een humorvolle knipoog naar de kunstgeschiedenis.
 

Is de inspiratiebron voor je tekeningen en ruimtelijke objecten dezelfde?


Zeker, maar het is wel een andere concentratie van waarneming. Mijn tekeningen en collages zijn wel wat autonomer, ik werk daarin in reeksen en probeer naar een sterk tweedimensionaal beeld te komen. Een van mijn grote inspiraties daarin is Paul Klee. Mijn ruimtelijk werk is daarentegen veel organischer. Sculptuur staat direct in de ruimte, moet langs alle kanten goed zijn, is ook fysieker. Het worden bij mij vaak grote installaties, dus vooral veel opbouwen, afbreken en zo. De overblijfselen van die installaties kunnen later weer uitgangspunt zijn voor een sculptuur. Ik maak ook veel collages en van daaruit is het naar een assemblage slechts een kleine stap.

 

Je werkt veel met gevonden voorwerpen?


De meest banale voorwerpen kunnen gelinkt worden aan kunst zoals de avant-garde in het verleden heeft bewezen. Je vindt in mijn werk een zekere wisselwerking tussen cultuur en natuur. En je treft  er ook associaties en persoonlijke links naar bestaande kunstwerken uit de kunstgeschiedenis in aan. Het gaat dan meer om beeldassociaties, combinaties en inhoudelijke verwijzingen naar andere kunstenaars, vaak uit bewondering, maar ook vanuit een bepaalde (hedendaagse) context. Het eindresultaat moet wel een soort van verschuiving geven waardoor iets nieuws is ontstaan. Soms is dat speels en ook met humor. Op die manier put ik inspiratie uit het werk van diverse kunstenaars waaronder Alexander Calder, Auke de Vries, Georges Vantongerloo, en Michelangelo Pistoletto.  
Ook ben ik fan van het constructivisme en de objecten van Naum Gabo. In het constructivisme geldt de stelregel dat een sculptuur niet het ding zelf is, maar vooral de ruimte eromheen. Hoe presenteer je een beeld, hoe hoog staat het? Dat is allemaal heel belangrijk. Ik noem mijn sculpturen daarom ‘demonteerbare ruimtelijke tekeningen’. 

 

Wat bedoel je precies met demonteerbaar?


Mijn sculpturen en installaties bestaan allemaal uit losse onderdelen waarmee ik kan variëren afhankelijk van de ruimte waar ze komen te staan; dat is een onderliggend concept.